De Praatgroep ontvouwt zich als een gevonden verslag van bijeenkomsten in een buurtcentrum ergens in Nederland, opgetekend door Fardune in de dubbelrol van observator en maatschappelijk werker.
Rond dit document ontstaat een groeiende groep personages: figuren die ontsporen, muteren of lijken te zijn afgedwaald uit een parallelle werkelijkheid. Wanneer deze gesprekken plaatsvonden, blijft bewust onbepaald; een tijd die zich niet precies laat aanwijzen.
De personages zijn tragikomisch, maar dragen ieder hun eigen worstelingen en tekortkomingen met zich mee. Achter hun mutaties en vreemde herkomst schuilen thema's als oordelen, buitensluiten, vervreemding en de zoektocht naar een plek in de wereld.